Veelgestelde vragen - CIIIC Learning Communities
Deze vragen en antwoorden komen uit de online informatiesessie van 28 mei 2026 over de call CIIIC Learning Communities, een gezamenlijk programma van CIIIC en Regieorgaan SIA. De volledige opname met Nederlandse en Engelse ondertiteling staat op video.ciiic.nl.
Sprekers: Jaap Stronks (host, CIIIC), Heleen Rouw (programmaleider Human Capital, CIIIC), Bram Hendrawan (inhoudelijk programmamanager, Regieorgaan SIA) en Dorien Enter (procedurele aspecten, Regieorgaan SIA).
Bron - video: https://video.ciiic.nl/informatiesessie-ciiic-learning-communities.html · Regeling: https://regieorgaan-sia.nl/financiering/ciiic-learning-communities/
Let op: de vragen zijn geparafraseerd en de antwoorden samengevat (en kunnen meerdere sprekers combineren). Voor de officiële voorwaarden is altijd de call for proposals leidend. De keiharde deadline voor volledige aanvragen is 3 november 2026 om 14:00 CET.
Consortium en partners
Wat is de formele samenstelling van een consortium en welke partijen mogen welke rol hebben?
Het consortium bestaat minimaal uit één onderzoeksorganisatie (hogeschool, universiteit of TO2-organisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1 van de call) en minimaal drie praktijkpartners (mkb en/of publieke organisaties). Grote bedrijven mogen ook meedoen, zolang aan deze minimale eisen wordt voldaan. Er zijn vier deelnemingsvormen mogelijk: hoofdaanvrager (alleen onderzoeksorganisaties van de lijst), medeaanvrager (mag subsidie ontvangen en eigen bijdrage leveren), samenwerkingspartner (geen subsidie, geen financiële bijdrage, alleen inhoudelijk) en cofinancier (levert geld of in-kind bijdrage, geen subsidie).
Mag een publieke partij die zelf IX-content ontwikkelt ook hoofdaanvrager zijn, en moet er dan alsnog een private partij bij betrokken worden?
Nee, alleen onderzoeksorganisaties van de lijst in paragraaf 3.1 kunnen hoofdaanvrager zijn. Er moeten minimaal drie praktijkpartners als medeaanvrager betrokken zijn. Daarnaast is de bijdrage van private partijen noodzakelijk voor deze call vanwege de 20% cofinanciering die uit private middelen moet komen.
Kan een groot bedrijf ook meedoen in het consortium?
Ja, grote bedrijven mogen meedoen, bijvoorbeeld als cofinancier of samenwerkingspartner. De voorwaarde is dat het consortium minimaal aan de eisen voldoet: één onderzoeksorganisatie en drie mkb- of publieke praktijkpartners als medeaanvragers.
Mag een cofinancier ook in-kind bijdragen leveren, bijvoorbeeld fysieke ruimte beschikbaar stellen, of alleen cash?
Ja, cofinanciers mogen zowel in cash als in-kind bijdragen leveren. In-kind kan heel breed geïnterpreteerd worden, inclusief het beschikbaar stellen van faciliteiten, labs of andere middelen. Alleen cash-cofinanciering mag alleen door partijen die geen subsidie ontvangen en moet uit private middelen komen.
Kunnen internationale samenwerkingsverbanden ook deel uitmaken van het consortium?
Ja, internationale samenwerking is mogelijk. Er zijn wel voorwaarden voor wie mag meedoen en in welke rol. Deze voorwaarden zijn uitgewerkt in de call for proposals.
Welke organisatie wordt uiteindelijk eigenaar van de learning community en hoe verhoudt zich dat tot de penvoerder/hoofdaanvrager?
De eigenaar van de learning community moet onderdeel zijn van het aanvraagconsortium als hoofdaanvrager of medeaanvrager, en dit moet vanaf het begin duidelijk zijn in de aanvraag. De eigenaar is verantwoordelijk voor de exploitatie, coördinatie en boekhouding van de learning community (vooral voor het opbouw- en exploitatiedeel vanwege staatsteunregels). In de praktijk is de penvoerder (hoofdaanvrager) vaak ook de eigenaar, omdat dit logisch is. Er kan geen verschuiving plaatsvinden gedurende het project; de eigenaar moet een rechtspersoon zijn en vastgelegd worden bij toekenning.
Moet een onderzoeksorganisatie die medeaanvrager wil zijn maar niet op de lijst staat van tevoren getoetst worden?
Ja, als een organisatie zich zelf onderzoeksorganisatie noemt maar niet op de lijst in paragraaf 3.1 staat, moet deze van tevoren getoetst worden door NWO. Sommige organisaties zijn al eerder getoetst; dat moet dan aangegeven worden. De deadline voor deze toetsing is 6 oktober 2026. Dit geldt alleen voor onderzoeksorganisaties, niet voor andere medeaanvragers. De voorwaarden staan uitgelegd in de call for proposals.
Kan een bestaand CIIIC Start-consortium met hun ontwikkelde kennis en resultaten een nieuwe aanvraag doen binnen de Learning Communities regeling?
Ja, dat kan. Het consortium kan uitgebreid worden en moet voldoen aan alle voorwaarden en samenstellingseisen van de Learning Communities call. Let wel: de subsidie die voor een andere call ontvangen is mag niet ingezet worden voor deze call. Het wordt gezien als een nieuw project.
Inhoud en thema
In hoeverre moet immersief in dit programma verbonden zijn met digitaal? Kan onderdompeling ook met niet-digitale middelen zoals theater of film tot stand worden gebracht?
Digitaal moet altijd een onderdeel zijn van de immersieve content die wordt ontwikkeld. Het kan niet een theaterstuk zijn zonder enige technologische component. Een boek lezen of een theaterstuk kunnen ook immersief zijn, maar voor dit programma is de technologische verbinding essentieel. Het programma omvat bewust ook de game-sector en applicatieontwikkeling; CIIIC probeert die hokjes te doorbreken die in sommige landen wel bestaan tussen immersieve content en games.
Wat zijn de zes thema's voor de learning communities en hoe moet je daarmee omgaan in de aanvraag?
Er zijn zes thema's geformuleerd die actueel zijn binnen het XR-veld (deze worden genoemd op de website en in de call). Aanvragers moeten aangeven welk thema hun hoofdthema is, omdat de toekenning later mede gebaseerd is op themaverdeling. Je mag thema's combineren omdat er veel raakvlakken zijn, maar je moet altijd één hoofdthema kiezen.
Wat zijn de drie toepassingsgebieden en hoe breed zijn die te interpreteren?
De toepassingsgebieden zijn: kunst en cultuur, media en entertainment, en creatieve zakelijke dienstverlening. Bij het laatste vallen subdomeinen als openbare orde en veiligheid, educatie en training, zorg en welzijn, gebouwde omgeving en industrie. Dit is dus heel breed. Aanvragers mogen meer dan één toepassingsgebied kiezen. Let op: het toepassingsgebied verwijst naar waar IX wordt toegepast, niet per se de sector waarin de aanvragende organisatie zelf werkzaam is.
Wat is de definitie van 'creatieve zakelijke dienstverlening'? Zou bijvoorbeeld de zorg daaronder vallen?
Creatieve zakelijke dienstverlening omvat subdomeinen zoals gezondheidszorg, educatie en training, openbare orde en veiligheid, gebouwde omgeving en industrie. Het is heel breed. Alle dienstverlening kan daaronder vallen. Hang niet te veel gewicht aan het woord 'creatief'; het gaat om de brede toepassing van IX in verschillende sectoren. Verdere toelichting staat op de Human Capital-pagina van CIIIC.
Verwijst 'toepassingsgebied' naar het gebied waarin IX wordt toegepast of naar het gebied waarin de leergemeenschap zelf opereert?
IX moet centraal staan in het project. Het toepassingsgebied kan een andere sector zijn (zoals zorg of architectuur), en de learning community mag zich daar sterk op profileren, maar IX-toepassingen moeten een zware component vormen. Het mag niet zo zijn dat je een learning community over efficiënt werken in de zorg opricht waarbij slechts 5% met XR te maken heeft. De kern gaat over IX-toepassingen; die kunnen in verschillende sectoren toegepast worden.
Gaat het bij de ontwikkeling van skills en deskundigheid specifiek om makers (mensen die zich beroepshalve met XR bezighouden) of ook om gebruikers en toepassers ervan?
De doelgroep kan zowel professionals zijn die IX ontwikkelen als onderwijsprofessionals (docenten die moeten lesgeven over IX) en andere professionals die IX in hun werk toepassen, zoals in de zorg. Het leeraspect is heel belangrijk. Studenten, onderzoekers en onderwijsprofessionals kunnen allemaal meedoen. Het gaat niet alleen om de makers; skillontwikkeling gebeurt ook buiten hogescholen en mbo, bijvoorbeeld in grote instellingen zoals ziekenhuizen of andere sectoren. Zolang skills- en competentieontwikkeling centraal staan, is het relevant.
Is het eindproduct noodzakelijkerwijs een opleiding of cursusprogramma, of kan het ook een andere vorm van langdurige samenwerking zijn?
Er worden specifiek twee outputs gevraagd: een onderzoeksprogramma en een leerprogramma. De vorm kan van alles zijn, niet per se een klassieke opleiding met lessen. Het kan bijvoorbeeld ook een website zijn waar kennis wordt gedeeld, of online cursussen, of LLO-trajecten, certificering, et cetera. Alle innovatieve onderwijsvormen zijn mogelijk, zolang het gaat om competentie- en skillsontwikkeling en het versnellen van leren onder XR-professionals.
Hoe worden digitale middelen als onderdeel van onderwijs geëvalueerd op duurzaamheid, ethiek en maatschappelijke waarden? Welke richtlijnen zijn beschreven?
Een zelftoets op publieke waarden is onderdeel van alle CIIIC-programma's. In de aanvraagprocedure wordt gevraagd om te reflecteren op de mate waarin het ontwikkelde voldoet aan publieke waarden (veiligheid, duurzaamheid, etc.), of welke mogelijke impact er is, hoe dat wordt gemitigeerd, en wat de uiteindelijke impact is. Er is een apart onderdeel in de aanvraag over publieke waarden.
Budget en financiering
Wat is het minimale en maximale subsidiebedrag en de looptijd van een project?
Het project kan minimaal 900.000 euro en maximaal 1,8 miljoen euro subsidie aanvragen. De maximale looptijd is vier jaar (48 maanden). Dit is de officiële tijd vanaf toekenning tot einde van het project; voor afronding heb je meestal drie maanden extra.
Wat zijn de voorwaarden voor de verdeling van subsidie tussen verschillende partijen?
Minimaal 50% van de subsidie moet naar onderzoeksorganisaties gaan (zoals genoemd in paragraaf 3.1). Voor opbouw en exploitatie van de learning community is maximaal 25% van de subsidie beschikbaar. Deze regels gelden voor alle NWO- en SIA-subsidies.
Hoeveel procent cofinanciering is verplicht en is dit aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke call?
De cofinanciering (financiering anders dan door NWO) is aangepast van 25% naar 20% van de totale projectomvang. Dit moet uit private middelen komen. Onderzoeksorganisaties (hogescholen en universiteiten) mogen geen eigen bijdrage leveren; de 20% moet komen uit private middelen. Dit heeft te maken met het staatsteunkader.
Hoe werken de twee modules (onderzoeksmodule en opbouw/exploitatie learning community) en wat zijn de percentages?
Er zijn twee modules. De onderzoeksmodule bestaat uit: (1) onderzoeksactiviteiten door onderzoeksorganisaties, 100% gesubsidieerd omdat het niet-economische activiteiten zijn; (2) onderzoeksactiviteiten met economische componenten (door andere partijen), maximaal 40% gesubsidieerd, 60% is automatisch eigen bijdrage. De module voor opbouw en exploitatie van de learning community krijgt 50% subsidie; de andere 50% moet via private middelen (cofinanciering). Maximaal 25% van de totale subsidie mag naar deze module. Voor deze module moet een aparte boekhouding gehouden worden vanwege staatsteunregels.
Wat valt er onder de kosten voor opbouw en exploitatie van de learning community?
Voorbeelden zijn: investeren in infrastructuur, software, faciliteiten; aanstellen van kwartiermakers, community managers, facilitatoren; organiseren van onderwijsactiviteiten en kennisdelingsactiviteiten. Dit zijn activiteiten die apart staan van de onderzoeksactiviteiten maar nodig zijn om de learning community op te bouwen en dagelijks te laten draaien.
Kunnen de voorbereidingskosten voor het schrijven van het voorstel worden gesubsidieerd?
Nee, helaas niet. Dat wordt gezien als een investering. De verwachting is dat partijen die hier aan deelnemen de mogelijkheid hebben om die investering te dragen.
Hoe zit het met de 50% eigen bijdrage voor opbouw en exploitatie als een onderzoeksorganisatie de hoofdaanvrager/eigenaar is?
Ja, ook als een onderzoeksorganisatie de eigenaar is, moet de 50% eigen bijdrage voor de opbouw- en exploitatiemodule uit private middelen komen. Dit kan inderdaad uitdagend zijn, maar het heeft te maken met de staatssteunregels en de publiek-private samenwerkingscomponent in deze call.
Hoe kunnen mkb-organisaties dit financieel werkbaar maken als zij slechts 40% subsidie krijgen voor hun onderzoeksactiviteiten?
Dit is inderdaad een uitdaging. mkb-organisaties moeten de waarde zien in deze samenwerking en het als een investering beschouwen. De vraag is begrijpelijk maar valt onder de voorwaarden van het staatsteunkader; het is verder niet nader te beantwoorden.
Hoe worden uurtarieven berekend voor de begroting?
Er zijn standaardopties: IKS-tarief, HOTE-tarieven, ONL-tarieven, of een vast tarief van 60 euro. Deze standaarden worden gehanteerd.
Aanvraag- en beoordelingsproces
Wat is de tijdlijn voor de call en wat zijn de belangrijkste deadlines?
De call is opengegaan op 7 mei 2026. Online informatiesessie is 28 mei, matchmaking bijeenkomst op 9 juni. Voor medeaanvragers die onderzoeksorganisatie zijn maar niet op de lijst staan, is de toetsingsdeadline 6 oktober. De keiharde deadline voor volledige aanvragen is 3 november 2026 om 14:00 CET; deze wordt niet uitgesteld en te laat is te laat. Na de deadline volgt een technisch-administratieve check (wees bereikbaar in de twee weken daarna voor eventuele correcties). Daarna beoordeelt een externe commissie, schrijft preadviezen, en de 15 best scorende aanvragers worden uitgenodigd voor een interview in februari 2027. Het bestuur besluit op basis van adviezen en interviews; bekendmaking is in mei 2027.
Wat zijn de beoordelingscriteria?
Er zijn vier criteria (deze worden besproken in de call). Belangrijk is onder andere dat voor onderzoeksorganisaties moet worden beargumenteerd waarom de activiteiten geen economische activiteiten zijn (vanwege staatsteun). Dit is onderdeel van criterium één.
Hoe werkt de toekenning als er meer goede aanvragen zijn dan budget?
Alle aanvragen die voldoen aan de minimale eisen worden beoordeeld en geprioriteerd. De nummer 1 van de hele lijst krijgt sowieso subsidie, ongeacht het thema. Daarna wordt per thema minimaal één project toegekend (dus totaal minimaal zes projecten). Als er daarna nog geld over is en nog voldoende goed beoordeelde aanvragen, krijgen de hoogst geprioriteerde daarvan subsidie.
Is aanwezigheid bij de matchmaking bijeenkomst verplicht zoals bij sommige NWO-calls?
Nee, de matchmaking is een vrijblijvende service van CIIIC en Regieorgaan SIA om potentiële consortiumpartners bij elkaar te brengen. Het is geen toelatingsvoorwaarde.
Learning community zelf
Wat wordt precies bedoeld met 'learning community' in deze call?
Een learning community in deze call heeft specifieke kenmerken: publiek-private samenwerking tussen kennisinstellingen en praktijkpartners; een fysieke locatie met faciliteiten waar mensen gezamenlijk kunnen experimenteren; concrete outputs (onderzoeksprogramma en leerprogramma); en een specifiek thema binnen IX. Het is een georganiseerde community met structuur, visie, commitment, meerjarig plan en businessmodel. Er zijn managers, kwartiermakers en facilitatoren nodig. Het moet investeren in duurzaamheid na afloop van het CIIIC-programma.
Hoe belangrijk is de langetermijncommitment en hoe moet dat worden aangetoond?
De learning community moet ook na afloop van het CIIIC-programma (dat na vijf jaar stopt) kunnen doorgaan. Dit is een stimuleringssubsidie om een community op te richten of te verdiepen. In het plan moet duidelijk staan hoe dit wordt geborgd; het hoeft niet gegarandeerd, maar er moet wel een geloofwaardig, onderbouwd verhaal zijn met commitment en visie op de lange termijn. Dit is onderdeel van de beoordeling.
Mogen learning communities samenwerken met de XR-Labs uit de andere CIIIC-lijn, of moeten ze eigen faciliteiten hebben?
Samenwerking met XR-Labs is mogelijk, maar er zijn voorwaarden. Voor deze call is het ook mogelijk om te investeren in eigen faciliteiten (software, inrichting, camera's) omdat een fysieke locatie met faciliteiten belangrijk is voor de community om te kunnen experimenteren. Het XR-Labs programma is nog in ontwikkeling; die infrastructuur is meer beperkt qua investeringsmogelijkheden. Voor learning communities is het juist belangrijk dat er ruimte is om faciliteiten te kunnen financieren.
Wat valt er onder 'onderzoek' binnen de learning community: onderzoek van, voor of door de leergemeenschap?
Onderzoeksactiviteiten zijn breed. Het gaat niet alleen om personeel, maar ook om kennisbenutting en investeringen. Er is ruimte om te groeien en experimenteren. Voorbeelden: docenten die meedoen als onderdeel van onderzoeksactiviteiten, inhuur van derden, studenteninzet. Het onderzoeksmodule is breder dan alleen onderzoekers die onderzoek doen. Het moet wel gaan om competentie- en skillsontwikkeling; als het alleen gaat om het onderzoek naar de juiste IX-componenten en bouw is het te eng (dan past het beter bij CIIIC Start of Kern). Het onderzoek moet onderdeel zijn van het leren, werken en innoveren in de learning community.
Zijn er eisen of verwachtingen over regionale spreiding van learning communities, of is het meer thematisch georganiseerd?
Deze call is thematisch ingericht, niet regionaal. Wel is het zo dat samenwerking tussen learning communities onderling later heel goed kan worden ontwikkeld. Als projecten starten, worden er activiteiten ontwikkeld om dat netwerk bij elkaar te brengen.
Waar zien jullie vanuit jullie perspectief de meeste behoefte aan learning communities?
Dat is juist iets wat de aanvragers zelf moeten beantwoorden in hun voorstel: waarom is deze learning community nodig? Het is niet aan Regieorgaan SIA of CIIIC om dat antwoord te formuleren. Zoek partners uit het veld die deze kennis hebben en hun reukorgaan hebben ontwikkeld voor waar echt behoefte aan is. Bij de matchmaking kunnen dit soort vragen ook in consortia worden besproken.
Praktisch en overig
Wordt de opname van deze sessie beschikbaar gesteld met captions?
Ja, er komt een volledig vertaalde en ondertitelde versie van de opname beschikbaar, zeer binnenkort na de sessie. Ook voor Engelstalige geïnteresseerden.
Hoe kunnen we contact opnemen voor verdere vragen?
Voor algemene CIIIC-vragen: info@ciiic.nl of direct Heleen Rouw (heleen@ciiic.nl). Voor specifieke vragen over deze Learning Communities call: CIIIC@nwo.nl. Bram en Dorien van Regieorgaan SIA zijn beschikbaar voor sparren over of de call past bij jullie ideeën, en ook later bij het opstellen van de begroting. Neem gerust contact op.
Wat is de locatie en het programma van de matchmaking bijeenkomst op 9 juni?
De matchmaking is op 9 juni 2026 in de ochtend, in Utrecht (centraal, vlakbij Tivoli) op de Vredenburgkade bij Kitchen Bar Danel. Het programma begint met inloop met koffie en thee; waarschijnlijk worden ideeën gepitcht en is er netwerken en kennismaking; aan het eind is er een netwerklunch. Aanmelden is verplicht omdat er beperkt plaats is en er een overzicht nodig is van deelnemers. Gebruik de QR-code of vind het inschrijfformulier op de SIA-website.
Is CIIIC ook nog op andere events aanwezig waar vragen gesteld kunnen worden?
Ja, CIIIC is aanwezig bij de Immersive Tech Week op 25 juni 2026 in Rotterdam. Daar kun je ook in persoon vragen stellen.